Miserietaks of verdeelrecht bij beëindiging van uw relatie

Miserietaks of verdeelrecht

Wanneer partners beslissen om te scheiden, moet er ook overlegd worden wat er gebeurt met de (gezins)woning. Zoals u al eerder kon lezen in een vorig artikel ‘Huis in scheiding’, is een mogelijke optie dat één van beide partners de andere uitkoopt. Maar hoe zit dat nu precies met het verdeelrecht of ‘de miserietaks ’ die hierop betaald moet worden?

Verdeelrecht

Als u een deel van een onroerend goed overkoopt van uw ex-partner, moet u verdeelrechten betalen op het onroerend goed waarvan u na aankoop alleen eigenaar wordt. Dit noemt men ‘uitonverdeeldheidtreding’.

Wat betekent dit nu concreet? U bezit met uw echtgenoot/echtgenote of samenwonende partner een onroerend goed (bv. woning of perceel grond) gelegen in het Vlaams Gewest. U en uw partner gaan uit elkaar en u wilt het deel van het eigendom dat uw partner bezit, overkopen. Op deze aankoop dient u dus een verdeelrecht te betalen aan het Vlaams Gewest. Deze Vlaamse belasting wordt ook ‘miserietaks’ genoemd. Naast de emotionele opdoffer van de scheiding komt er immers ook nog het financiële plaatje, waarbij u als koper niet alleen de uitkoopsom moet ophoesten maar ook nog eens de bijhorende Vlaamse belasting (verdeeltaks/miserietaks).

Miserietaks

miserietaks - echtscheidingOmdat de wetgever van oordeel is dat er bij een relatiebreuk al genoeg ‘miserie’ is, werd er beslist (vanaf 1 januari 2015) om het verdeelrecht of miserietaks van 2,5 % naar 1 % te verminderen, indien het stopzetten van de onverdeeldheid er kwam ten gevolge van een relatiebreuk.

Concreet gaat het dus om een tarief van 1% op de verkoopwaarde van het onroerend goed (woning, perceel grond) waarvan u na aankoop eigenaar wordt. Dit is de verkoopwaarde van het deel dat u aankoopt én het deel dat u al bezat.

Opgepast, het gaat hier wel degelijk om een uitzonderingstarief bij de beëindiging van het wettelijk samenwonen (dat minstens 1 jaar duurde) of het huwelijk. Feitelijk samenwonenden vallen hier uit de boot en betalen nog steeds een tarief van 2,5 %.

Versoepeling

Vanaf 1 januari 2016 werd er ook een versoepeling ingevoerd voor de toepassing van het uitzonderingstarief van 1 %.

  • Bij beëindiging van het wettelijk samenwonen

De verdeling van het onroerend goed moet binnen een termijn van drie jaar gebeuren (aanvankelijk was dat één jaar). De voorwaarde dat het wettelijk samenwonen één jaar moet geduurd hebben, blijft gelden.

  • Bij echtscheiding

Het tarief van 1% wordt toegepast van zodra het gaat om een verdeling van onroerende goederen die plaatsvindt na echtscheiding of die uitwerking heeft door de echtscheiding. Concreet: wanneer men op het moment van de vereffening-verdeling beslist om een woning in onverdeeldheid te laten en één van de ex-echtgenoten de woning pas later ‘overkoopt’, dan kan men op dat ogenblik nog steeds genieten van het tarief van 1 %. Dus ook een onderhandse akte over een verdeling op afstand geldt hier.

Uit de boot

Zoals ik hierboven al aanhaalde, vallen feitelijk samenwonenden, jammer genoeg, uit de boot. Voor hen geldt helaas het tarief van 2,5%. De regering maakt dus een onderscheid tussen wettelijk en feitelijk samenwonenden. Men verantwoordt dit onderscheid door erop te wijzen dat gehuwden en wettelijk samenwonenden hun samenleving geformaliseerd hebben en daardoor wederzijdse rechten en plichten hebben opgenomen. Bovendien is het moeilijk om de groep feitelijk samenwonenden precies af te bakenen en om aan te tonen hoe lang zij al samenwonen. Intussen wacht men omtrent dit onderscheid (discriminatie?) op een uitspraak ten gronde van het Grondwettelijk Hof.

Wilt u hierover meer uitleg, maak dan gerust een afspraak of neem contact op via het invulformulier. Ik help u graag verder.


Kinderen - Samen bemiddelenwww.samenbemiddelen.